I wrote a story for the graduation publication of dutch photographer Amber Isabel. It’s a really nice publication, very well crafted and with beautiful shots. You can order it at her website.
Lets get this show on the road.
Het is nog niet wat het zijn kan.
I like watching people in reflections. The concentrated looks on their faces while they’re reading books, the smiles they give their lovers when they think nobody’s watching.
Ik geloof dat we met elkaar verbonden zijn op manieren die we niet helemaal begrijpen. Ik zat vandaag tegenover een meisje in de trein dat ik graag wilde fotograferen, maar ik durfde niet, dus ik wachtte tot ze haar ogen sloot voordat ik mijn telefoon in een onhandige hoek dwong en haar in een beroerd kader ving. Op het moment dat ik geruisloos afdrukte deed ze haar ogen open en keek me aan. Ik voelde mijn gezicht rood worden en liet mijn telefoon in mijn tas glijden, alsof ik bang was dat ze hem op zou eisen en de foto zou wissen. Fotografie als iets vies, ik snapte niet zo goed waaraan ik me zojuist schuldig had gemaakt. Ik keek een tijdje uit het raam, wachtend op het moment dat het rood mijn gezicht uit zou zakken, toen ik in de reflectie zag dat het meisje tegenover me haar telefoon ook in een onhandig kader had gedwongen en ik het was die haar aankeek dit keer, tot de trein me er bij Amsterdam Amstel uitliet.
‘Perhaps I shouldn’t get any answers to my questions,’ she sighed, ‘since people are more mysterious and so much more likeable when you don’t know anything about them.’
‘I hate you.’
‘Well, I am not a very nice person.’
All the lives she could have lived.
Ik hoor de laatste tijd vaak ‘dit was de laatste keer dat…’ Dit was de laatste keer aardappels koken. Dit was de laatste keer dat we samen aan de groenten stonden. Dit was de laatste keer dat we collegas waren. Dit was de laatste keer, omdat een paar stropdassen besloten hadden dat er een stukje dood moest gaan.
‘Ik hou van je,’ zei ze toen ze haar sigaret uitmaakte op de balustrade. Het was halverwege oktober en ze stonden naast elkaar op het balkon. Het waaide en soms sloeg de wind wat regendruppels hun kant op. De stad was stil, iedereen zat aan de aardappelen en hij zag dat ze het meende, ook al was het maar voor één dag. Ze haalde haar bruine haren uit haar gezicht. ‘Ik word er moe van,’ zei ze terwijl ze een volgende sigaret opstak. Hij nam het pakje van haar aan. ‘Ik ben verslaafd aan mensen.’ Hij zei niets maar aan de blik in zijn ogen kon ze zien dat hij het herkende.
I had a foster sister once. She was one hell of a liar and a bit of a narcist. I used to pick on her dog everytime she had hurt me. She didn’t love me like I did her.
Een gordijn dat naar binnen waait, het is zomer, er komt jaren veertig muziek uit de platenspeler en de bewoonster van nummer 138 ligt in een rood bad.
‘I just don’t get it,’ she said while she walked through the room, followed by a thin trail of smoke. ‘I spend the entire week waiting for him to come home and when he finally gets here, I have nothing to say to him any more.’