‘Ik hou van je,’ zei ze toen ze haar sigaret uitmaakte op de balustrade. Het was halverwege oktober en ze stonden naast elkaar op het balkon. Het waaide en soms sloeg de wind wat regendruppels hun kant op. De stad was stil, iedereen zat aan de aardappelen en hij zag dat ze het meende, ook al was het maar voor één dag. Ze haalde haar bruine haren uit haar gezicht. ‘Ik word er moe van,’ zei ze terwijl ze een volgende sigaret opstak. Hij nam het pakje van haar aan. ‘Ik ben verslaafd aan mensen.’ Hij zei niets maar aan de blik in zijn ogen kon ze zien dat hij het herkende.